HRN in relatie tot ISO 12100: een hulpmiddel in het proces, geen ‘snelle route naar conformiteit’
In de praktijk van risicobeoordeling volgens ISO 12100 wordt de HRN-methode soms benaderd als een ‘kant-en-klaar rekenrecept’ waarmee je risico in één getal vastlegt. Dat is overzichtelijk, maar het schuurt met de kern van ISO 12100: de norm definieert risico niet als één uitkomst van een eenvoudige berekening. ISO 12100 vraagt om een schatting van het risico per concreet scenario (gevaarlijke situatie → gevaarlijke gebeurtenis → letsel/schade), waarbij de ‘waarschijnlijkheid van het ontstaan van schade’ wordt opgevat als een samenhang van blootstelling, het optreden van de gevaarlijke gebeurtenis en de mogelijkheid om schade te vermijden of te beperken. HRN kun je correct inzetten, maar alleen als ondersteunend instrument dat deze denklijn volgt – niet als vervanging ervan.
Dat onderscheid bepaalt ook wat je met HRN feitelijk aan het ‘berekenen’ bent. ISO 12100 vraagt niet alleen: welke gevaren zitten er in de machine? De norm stuurt juist naar scenario-denken: wanneer bevindt een persoon zich binnen het bereik van het gevaar, tijdens welke taak, in welke machine-toestand, en waardoor ontstaat die situatie. Pas dan wordt risico iets concreets en toetsbaars.
Daarom hoort HRN niet toegepast te worden ‘op een gevaar’, maar op een beschreven gebruikssituatie. In de praktijk betekent dit dat een HRN-score alleen betekenis heeft als die is gekoppeld aan een specifiek ongevalsscenario, en niet louter aan een machineonderdeel op zichzelf.
Waarschijnlijkheid van het ontstaan van schade: een ISO 12100-element dat HRN niet mag wegdrukken
Het grootste verschil tussen het alledaagse gebruik van HRN en de logica van ISO 12100 zit in het begrip ‘waarschijnlijkheid’. In ISO 12100 is de waarschijnlijkheid dat schade ontstaat geen enkelvoudige inschatting als ‘laag / middel / hoog’. De norm benadert dit als een functie van drie samenhangende onderdelen:
Juist dat derde onderdeel wordt in HRN-trajecten in de praktijk het vaakst onderbelicht, terwijl het in echte ongevallen vaak doorslaggevend is. Twee situaties kunnen dezelfde blootstelling hebben en een vergelijkbare kans dat de gevaarlijke gebeurtenis optreedt, maar toch tot een heel ander risico leiden, omdat in het ene geval letsel nog te vermijden of te beperken is en in het andere geval in de praktijk nauwelijks.
Als HRN in lijn moet blijven met ISO 12100, dan moet dit aspect bewust worden meegewogen en moet het doorwerken in de score – ook als ‘zuivere HRN’ geen aparte parameter voor vermijdbaarheid (avoidance) kent.
‘Zuivere HRN’ in de praktijk: LO, FE, NP en DPH relateren aan ISO 12100
Klassieke HRN werkt met vier factoren (LO, FE, NP, DPH) die worden samengevoegd tot één uitkomst (meestal als product). De formule zelf is zelden het probleem. Het knelpunt zit doorgaans in hoe teams de betekenis van de afzonderlijke factoren invullen.
Als je HRN wilt toepassen zonder de methodiek te wijzigen, is consequente koppeling aan de risico-elementen uit ISO 12100 essentieel:
In de praktijk is ‘zuivere HRN’ alleen verenigbaar met ISO 12100 wanneer LO niet ‘op gevoel’ of losstaand wordt gekozen, maar pas nadat je expliciet door de kernvragen uit het ISO 12100-risicomodel bent gegaan: wie is blootgesteld, wat is de gevaarlijke gebeurtenis, en is schade redelijkerwijs te vermijden of te beperken.
ISO 12100: kwalitatieve en kwantitatieve methoden – waar HRN werkelijk thuishoort
ISO 12100 geeft aan dat beslissingen over risicoreductie onderbouwd moeten worden met een kwalitatieve methode, en waar passend ook met een kwantitatieve. Tegelijkertijd plaatst de norm expliciet een kanttekening bij een kwantitatieve benadering: die is pas zinvol als de benodigde gegevens beschikbaar zijn, en dat is in de praktijk vaak lastig.
Dat verklaart precies waarom HRN zo populair is. HRN levert een getal op, maar is meestal geen kwantitatieve methode in probabilistische zin. Het is een puntensysteem – semikwantitatief – dat de beoordeling structureert, maar nog steeds primair steunt op deskundigeninschatting.
Een ‘meer kwantitatieve’ toepassing van HRN begint pas wanneer een organisatie bewust werkt aan datagrondslagen en vaste ankerpunten voor de schaal. In de praktijk betekent dit:
Zonder die basis blijft HRN bruikbaar, maar dan vooral als ordenings- en vergelijkingsinstrument, niet als een rekenkundige bepaling van waarschijnlijkheden.
HRN bewust toepassen: spelregels om de methode binnen de kaders van ISO 12100 te houden
In de praktijk gaat het er niet om HRN „perfect uit te rekenen”. Het doel is dat HRN leidt tot juiste ontwerpkeuzes en aansluit op de denklijn van ISO 12100. Daarom zijn werka afspraken essentieel die subjectiviteit beperken en veelvoorkomende „snelle” aannames voorkomen.
De belangrijkste daarvan zijn:
Binnen de aanpak van ISO 12100 heeft een HRN-waarde het meeste nut wanneer je die iteratief gebruikt: vóór het toepassen van een beschermingsmaatregel en erna. Het getal is dan geen „bewijs van veiligheid”, maar een indicator of de risicofactoren daadwerkelijk zijn veranderd zoals beoogd.
Casestudy: „zuivere HRN” voor het scenario zijdelings oplossen van een blokkade (en wat dat betekent binnen ISO 12100)
In de praktijk is de beste stresstest voor HRN een situatie waarin het risico niet voortkomt uit „normale productie”, maar uit een typische neventaak.
Context van de machine en de taak
Neem een deel van een verpakkingslijn met een transporteur en een set aanvoerrollen (intrekpunt). Tijdens bedrijf ontstaan er geregeld blokkades van folie of product, die de operator met de hand verhelpt.
In de ISO 12100-analyse beschrijven we gevaarlijke situaties, niet alleen het „gevaar in de machine”:
Pas op dit niveau is het logisch om naar HRN te vertalen.
Gehanteerde HRN-schaal (voorbeeld)
Om de casestudy overzichtelijk te houden nemen we een eenvoudige, interne indeling (doorslaggevend is consistentie, niet „de perfecte getallen”):
Let op: dit is niet de „enige juiste HRN-schaal”. Het is een consistent geheel om de besluitlogica inzichtelijk te maken.
HRN-beoordeling – twee varianten van dezelfde taak
Variant A: blokkade oplossen in „JOG”-modus met beperkte snelheid en vasthoudbediening
Praktische uitgangspunten:
Keuze van parameters:
HRN = 3 × 3 × 2 × 1 = 18
Ontwerpconclusie: het risico is niet weg, maar wordt „beheerst” door omstandigheden die de kans vergroten dat schade kan worden vermeden (precies het ISO 12100-element dat HRN expliciet moet meenemen in LO).
Variant B: dezelfde taak, maar in de realiteit van „de productie moet door” (mogelijke herstart, hogere snelheid, tijdsdruk)
Praktische uitgangspunten:
Keuze van parameters:
HRN = 3 × 3 × 4 × 1 = 36
Ontwerpconclusie: niet het „type gevaar” is veranderd, maar de mens–machine-relatie in een specifieke bedrijfs-/werkmode. HRN laat dat verschil zien, maar alleen als LO in de praktijk ook echt de mogelijkheid tot het vermijden van schade dekt.
NP: waarom een „vermenigvuldiger voor het aantal personen” een valkuil kan zijn (en hoe je dit nuchter toepast)
In klassieke HRN is NP een vermenigvuldigingsfactor. Dat klopt wiskundig, maar wordt in de praktijk regelmatig verkeerd uitgelegd: de uitkomst gaat dan suggereren dat het risico voor één operator „toeneemt” omdat er toevallig nog iemand naast staat.
In een meer hedendaagse benadering (zoals ook terugkomt in praktische hulpmiddelen die in ISO/TR 14121-2 worden besproken) komt het aantal personen vaker terug als contextfactor:
het vergroot de impact van het issue,
het verhoogt de prioriteit van maatregelen,
het beïnvloedt de inrichting van zones en toegang,
maar hoeft geen vermenigvuldiger te zijn van „individueel risico”.
Hoe je dit in de praktijk toepast zonder ISO 12100 geweld aan te doen
Het meest inzichtelijk is om twee perspectieven uit elkaar te houden:
Risico voor de persoon (unit risk) – in lijn met de logica van ISO 12100
Je bepaalt de HRN voor de „meest blootgestelde persoon” en in 99% van de situaties hanteer je NP = 1. Dat sluit aan bij hoe in de ontwerpprocespraktijk het letselscenario voor een mens bij een specifieke interactie wordt beoordeeld.
Organisatorische prioriteit / „reikwijdte” – een managementkeuze, geen risicodefinitie
Als een scenario meerdere personen kan raken (bijv. een open zone, operator + monteur, omstanders), leg je in het rapport expliciet vast:
„mogelijke gelijktijdige blootstelling van meerdere personen: JA/NEE”
„maximaal aantal personen in de zone tijdens de taak: …”
en op basis daarvan verhoog je de prioriteit van maatregelen (bijv. in het moderniseringsplan, de implementatieplanning).
Met deze aanpak los je een bekend knelpunt bij HRN op: je blaast het „risico voor de operator” niet kunstmatig op, maar je negeert ook niet dat hetzelfde scenario meer dan één persoon kan treffen.
Wanneer NP zinvol is als vermenigvuldigingsfactor (zonder ongewenste bijwerking)
NP als vermenigvuldigingsfactor is vooral verdedigbaar wanneer het gaat om scenario’s zoals:
- energievrijkomen / wegschieten van onderdelen,
- brand, explosie,
- situaties waarbij één storing tegelijkertijd effect kan hebben op meerdere personen.
Ook dan blijft een methodische vraag relevant:
hoort „meerdere slachtoffers” niet al te zijn verwerkt in de ernst van het letsel (omvang van de schade), in plaats van in een vermenigvuldigingsfactor?
Zoals bij risicobeoordeling gebruikelijk is de duiding van het resultaat belangrijker dan de uitkomst als getal; uiteindelijk ligt de evaluatiebeslissing over het risico bij de engineer.